Anoeks plakboek

De Kameleon

Er was eens een kameleon, genaamd Frits.
Frits kon zich allerlei kleuren aannemen, groen, rood, geel, blauw.
Paars, bruin, oranje, roze en ga zo maar door.
Iedere keer was hij weer een andere kleur of een combinatie van kleuren, afhankelijk van zijn omgeving.

Nu is Frits bruin, net als de tak in de boom waar hij op zit.
Beschut en veilig, want niemand kan hem zo zien.
Maar wat hoort Frits daar?
Allemaal gegiechel, van meisjes!
Even verderop ziet Frits prachtige diepblauwe veren in volle glorie.
Hij herkent zijn vriend meteen.
Het is Pavo die zijn veren maar al te graag laat zien aan de vrouwtjes.
En Frits geeft Pavo geen ongelijk, ‘Had hij maar zo’n mooie eigen kleur.’, dacht Frits.

‘Hé Pavo!’ roept Frits, ‘Moet je je weer zo uitsloven?’
‘Ha, die Frits’ antwoord Pavo lachend, ‘Ben je jaloers? Je mag mijn kleur wel lenen als je wilt hoor.’
Frits komt naast Pavo staan en kleurt zich net zo diepblauw als zijn vriend.
Frits zucht. ‘Had ik maar zo’n mooie eigen kleur…’ zegt hij droevig.
In tegenstelling tot Frits, reageert Pavo enthousiast; ‘Jij kan anders alle kleuren van de regenboog zijn! Hoe cool is dat?!’
Maar Frits vrolijkt daar niet van op…
‘Ja dat zal best’ mijmert Frits, ‘maar ik ben altijd afhankelijk van anderen en mijn omgeving voor mijn kleur. Eigenlijk ben ik gewoon een meeloper. Zelf ben ik niemand.’
Pavo reageert medelevend; ‘Ah vriend, zeg dat nou niet. Jij hebt jouw eigen gaven en dat zorgt ervoor dat je altijd onopvallend en daardoor beschut bent voor vijanden. Dat is toch het belangrijkste!’
‘Ik wil niet onopvallend zijn!’ reageert Frits geïrriteerd. ‘Ik wil dat mensen mij zien en versteld staan van mijn mooie kleur! Net zoals bij jou. Bij jou staan de vrouwtjes in de rij’.
‘Maar Frits?’ vervolgd Pavo, ‘Als jij alle kleuren kan aannemen en graag gezien wil worden, waarom maak je jezelf dan afhankelijk van anderen? Je bepaalt toch zelf wat je doet en welke kleur jij aanneemt? Ik vind je altijd al mooi zoals je bent, maar als jij graag wilt opvallen, en een eigen kleur wilt hebben, moet je dat gewoon doen!’
Frits maakt een sprongetje van blijdschap en vastberaden reageert hij op zijn vriend; ‘Je hebt gelijk Pavo! Ik kan zelf een kleur kiezen die ik wil! En ik ga nu op zoek naar welke kleur ik wil zijn. Tot snel!’

In een hard tempo rent Frits richting de weide. Wanneer het hard begint te regenen, schuilt Frits onder een bloemenstruik. Frits kleurt automatisch geel, naar de blaadjes van de bloemen. ‘Geel wordt hem in ieder geval niet…’, mompelt Frits in zichzelf.
Dan opeens hoort hij geritsel niet ver van hem vandaan. Frits is alert en tuurt voorzichtig door de bloembladeren terwijl hij zich zo stil mogelijk probeert te houden…

‘EEN SLANG!!! Oppassen geblazen!’ denkt Frits bij zichzelf. Slangen zijn de grootste vijanden van een kameleon, dus Frits moet zich zo stil mogelijk houden. In spanning wacht Frits af tot de slang voorbij gaat en uit het zicht is. ‘Fjiew’ zegt Frits zacht wanneer hij weer kan ontspannen. ‘Wat ben ik nu blij dat ik kan meekleuren met mijn omgeving, zodat ik niet opval voor vijanden… Pavo had gelijk, maar nu wil ik toch echt op zoek naar mijn eigen kleur!’ De harde regen is overgegaan in zacht gemiezer en Frits vervolgt zijn weg naar de weide.

Wanneer Frits aankomt bij de weide wordt zijn gezicht verwarmd door het heerlijke zonnetje. Wanneer hij opkijkt, roept hij; ‘Wauw, een regenboog! Wat een prachtige kleuren!’. Vol verwondering blijft hij daar even staan kijken. En hij krijgt een idee…

Zo snel mogelijk rent hij terug naar zijn vriend Pavo.
Eenmaal daar aangekomen klimt Frits op een hoge boomstronk en roept zijn vriend; ‘Hé Pavo, moet je mij eens zien!’.
Wanneer Pavo hem in zijn vizier krijgt verandert Frits van kleur. En niet in één kleur, maar in alle kleuren van de regenboog. Groen, rood, oranje, blauw, geel en ga zo maar door. Frits glinstert in de zon en ziet er oogverblindend uit. Hij heeft het gevoel dat hij de hele wereld aan kan en vol trots laat hij zijn nieuwe ik zien aan zijn vriend. Meiden beginnen te joelen en te klappen.
Pavo komt naar hem toe en kijkt hem vol verwondering aan. ‘Wauw Frits, ik vond je al mooi, maar nu ben je helemaal je prachtige zelf en daar mag je trots op zijn!’. ‘Dank je wel vriend.’ antwoordt Frits blij en trots. ‘Nu weet ik eindelijk wie ik echt ben.’ vervolgt hij, ‘Ik ben blij met mijn gave dat ik kan meekleuren met mijn omgeving, want dat zal mij beschermen en dat is onderdeel van wie ik ben… Alle kleuren van de regenboog!!’ Zegt hij trots.

En samen met zijn vriend, trekken zij verder het bos in om hun verhaal te delen met anderen die op zoek zijn naar zichzelf en om op iedereen hun licht te schijnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *